De Santos Travelmaster

Powered by me: a Green Machine

The Green Machine

Een fiets is een fiets, zeg ik altijd. Als je vooruit wil, moet je trappen. Jarenlang heb ik gedaan met verschillende oude simpele herenfietsen. Geen poespas, soms geen versnelling, soms maar liefst 3 (al gebruik ik die dingen in Nederland praktisch nooit). Af en toe een hevig krakende, of een die weg aan het roesten was. En daar fietste ik dan half Nederland mee af, of waarom ook niet, naar Parijs.

Er werd mij wel eens gevraagd, bijvoorbeeld door de wat mindere wielrenners die ik onderweg inhaalde, ‘Waarom heb je geen racefiets??‘. Het antwoord is simpel: ‘Dat heb ik niet nodig‘, want die oude krakende piepende fiets voldeed aan wat ik nodig had.

Nu ik heel Afrika door ga fietsen, heb ik wel wat anders nodig. Versnellingen zijn zeker nodig als je door mul zand fietst of een klim van 20 kilometer voor de kiezen hebt. Betrouwbaarheid is in de middle of nowhere ook wel iets wat ik kan gebruiken. En dus heb ik nu wèl een goede reden om een goede fiets te kopen.

Soorten fietsen

De vraag is alleen, wat voor een fiets. Nu blijken drie typen fietsen te zijn die voor de Tour D’Afrique gebruikt worden:

  • Een veldritfiets (deze is vooral snel op de mooie geasfalteerde stukken)
  • Een mountainkbike (deze is vooral relaxt op de zware offroad stukken)
  • Een vakantiefiets (deze is vooral robuust en er gaat hopelijk minder stuk aan)

Elk type fiets heeft zijn voor en nadelen die niet uit wisselbaar zijn. Kies je voor het ene, dan kies je niet voor het andere. Kies je voor de snelheid op de weg (waardoor je met minder energie de asfaltdagen door komt), of kies je voor het betere offroadwerk met een mountainbike (waarbij het je wat meer energie kost op asfalt, maar met minder moeite het offroad doorkomt).

Mijn keuze is gevallen op een vakantiefiets. Deze fietsen zijn gemaakt om er 30 kilo bagage aan te hangen en er de hele wereld mee over te fietsen. Nu hoef ik niet met bagage te fietsen, maar het feit dat hij met zo veel bagage overweg kan gaan, betekent ook dat hij erg robuust is. Daarnaast is de fietshouding (goniometrie) op een vakantiefiets wat minder sportief (dus ontspannender) dan op een van zijn snellere broertjes.

Santos Travelmaster

Voor mijn vakantiefiets heb ik een Santos Travelmaster gekozen. Waarom precies valt moeilijk te zeggen, laten we het maar houden op gevoel. Ik heb verschillende vakantiefietsen uitgeprobeerd maar deze ‘voelde’ het beste. Santos heeft zijn thuishaven in Sassenheim waar de fietsen met de hand worden gemonteerd. Over elk klein dingetje is nagedacht en je kan zelf kiezen welke van al die kleine dingetjes je op de fiets wil.

Een van de belangrijkste dingetjes die ik gekozen heb aan mijn fiets is de Rohloff-naaf. Een wat?? Dat is zeg maar de versnellingsbak van de fiets. Versnellingen op een fiets zijn er in twee soorten uitvoeringen: een naafversnelling (wat ik heb), of een derailleur (zo’n ding met al die tandwieltjes wat op een racefiets of mountainbike zit).

Op een gewone fiets met drie versnellingen heb je ook een naafversnelling, er zitten immers niet een hele set van die tandwieltjes naast je ketting. De tandwieltjes zijn er wel, ze zitten nu mooi binnen in de naaf weggewerkt. Dat heeft als grote voordeel dat ze niet smerig worden en kapot kunnen gaan door rondslingerende stenen, takken en ander ongemak en dat is wel een fijne gedachte, als je door de middle of nowhere van Afrika fiets.

De Rohloff-naaf is een echt stukje Duitse degelijkheid, eigenlijk de enige in zijn soort. Er zitten 14 versnellingen in en heeft dus als grote voordeel dat je er heel weinig onderhoud aan hebt. Elk voordeel heb zijn nadeel en dat geldt hier natuurlijk ook voor. Zo is het wel wat meer gewicht dan een derailleur (het scheelt een halve kilo) en is het ook een flink stuk duurder in aanschaf. Doordat er minder troep in komt gaat het echter wel weer veel langer mee dan derailleur versnellingen (Waar je zo af en toe nieuwe tandwielen op moet zetten).