Koninginnedag

Afzien in mooi Namibië

Koniginnedag

Sesriem, Namibië, 05 mei 2013, 16:43 | Thijs
Diamond Coast

Een kilometer of 100 staat er op de teller. Langs de kant van de weg staat een bord: pas op, wind. Honderd meter verder staat een volgend bord: pas op, zand. Deze borden hadden een betere plaats verdiend aan het begin van de dag.

Sesriem Namibië, 30 april 2013. Koninginnedag, of nee, inhuldigingsdag. De kou van de heldere woestijnnacht wordt door de reizende zon al snel verdreven. Een zware dag staat op het programma, 139km offroad, een mando-day (verplicht voor de racers, dat betekent vaak dat het een zware dag wordt).

De morgenstond heeft goud in de mond.

De eerste glimpen van het ochtendgloren in combinatie met het stof dat auto’s doen opwaaien geven de wereld een betoverende gouden uitstraling. De magie van dit mooie kwartiertje wordt al snel verstoord door een opkomende warme wind. Alsof er plotseling een föhn wordt aangezet komt droge warme woestijnlucht ons tegemoet.

Ik rij over een wasbord. Nou ja rij, ik stuiter over een wasbord. In een vervelend monotoon gehobbel worden je handen en armen helemaal beurs. Door het stuur losjes vast te houden wordt het lichaam wat minder door elkaar geschud. Vanuit het niets gaat de weg over in mul zand, dan moet je je stuur weer goed vasthouden, anders schiet je stuur zo alle kanten op en ben je gezien. De ondergrond is zo onvoorspelbaar, elke meter moet je kijken wat de beste plek is om te rijden: het mulle zand aan de zijkanten, het wasbord in het midden, of net op het randje tussen beide. Of is er misschien ergens 10 meter harde gravel, wat eigenlijk wel het prettigst rijdt. Rijden op deze wegen betekent concentratie, concentratie en nog eens concentratie. Behalve de fysieke inspanning die je lichaam aan het leveren is, is het mentaal ook hard werken.

Pas op! Zand, een treffende waarschuwing voor deze dag.

De wasbord, mulle zand en stenige ondergrond in combinatie met de warme wind die er waait maken het een zware dag. Na een kilometer of 20 draait de weg naar links waardoor de wind rechtstreeks in ons gezicht waait. Het is nu nog meer vechten voor elke meter, de snelheid komt met moeite boven de 12km/h. Rijden met de wind op kop doe je vooral met je kop: je moet tegen jezelf blijven zeggen dat je moet blijven trappen. Het gaat dan misschien niet zo snel, als je stopt met fietsen kom je er helemaal niet. Maar met elke meter dat je meer aan het ploeteren bent vraag je jezelf af: waarom eigenlijk? Waarom stap ik niet in de truck die voorbij komt gereden en laat me naar het kamp rijden?

Hoe zwaarder de omstandigheden zijn die dag, hoe groter de wil is om de dag te volbrengen. Dan gaan de oogkleppen op, de blik wordt gericht op tien, twintig meter voor mijn wiel op zoek naar het beste pad om daar te komen. De concentratie gaat omhoog. Ik vouw me net iets meer dubbel over mijn stuur, om de wind net wat minder de baas te laten zijn over mijn lichaam. Dan trap je net wat harder om door dat stukje mulle zand te ploegen. Dan maak je heuvel af net wat meer snelheid om in het dal over de wasbord te vliegen – zonder dat je stuur uit je handen vliegt – en heuvel op de helft al te hebben afgelegd. En ik ben niet de enige daarin, die toewijding heeft minstens de helft van de groep. En dat is niet alleen vandaag, dat is 4 maanden zo. Elke dag, elke meter.

Na een kilometer of 8 in de wind geploeterd te hebben draait de weg weg van de wind. Dat betekent niet dat we hem nu in de rug hebben, maar dat we nu de wind in de zij hebben. De weg gaat omhoog. De weg wasbordt voort. De wind probeert je fiets van de weg af te drukken. Het mulle zand probeert je wiel om te slaan. Nog 30 kilometer tot de lunch. De ondergrond maakt de dag zwaar, maar de warme wind maakt het nog eens extra zwaar. De vier-en-halve liter water die ik mee heb begint langzaam op te raken.

Het landschap is geweldig.

Ik passeer Alan. ‘Alles goed’ vraag ik? ‘Heb je wat water voor mij? Ik ben door mijn voorraad heen’. Ook ik zit krap in mijn water, maar geef hem een half bidonnetje. Uitgedroogd door de woestijn klokt hij het naar binnen. Het is nu niet ver meer tot de lunch, een kilometer of 12. Ik ploeter verder, de ene na de andere rijder passeer ik. Dan zie ik plots de lunchtruck staan, midden op de weg. Wat een rare plek voor lunch, denk ik bij mezelf. Maar het is nog geen tijd voor lunch. Door de zware omstandigheden hebben verschillende mensen een watertekort en rijdt de lunchtruck ze tegemoed om ze van het broodnodige vocht te voorzien. Een meer dan welkome verfrissing, want ik ben niet de enige die zonder water begin te raken. Er zijn mensen die passeerende auto’s gestopt hebben om water te vragen. Ik eet nog snel een extra energiereepje en ploeter door naar lunch. Na meer dan 5 uur op de fiets gezeten te hebben ben ik half weg. Daar zit een man of 5 zwijgend hun boterhammetjes weg te werken. Uitgeput na 5 uur ploeteren en beseffend dat we pas op de helft zijn is de stemming niet al te positief.

Hoewel de ochtend lang geduurd heeft, heb ik er wel van genoten. Het landschap hier in Namibië is ongelofelijk mooi. De kleuren in de rotsen zijn rood, bruin, geel, groenig. In combinatie met de strakblauwe lucht, het goudgekleurde dorre gras en de witte wegen die het landschap in tweeën splijten maakt het tot een mooi geheel.

Na de lunch wordt het iets makkelijker. We hebben de wind af en toe in ons voordeel. Af en toe is er een stukje waar de weg niet hobbelig of zanderig is. Af en toe is er een mooie lange afdaling, die voorafgegaan wordt door een prachtig uitzicht over de Namib woestijn. Twintig kilometer na de lunch is er een cokestop. Zo’n 100 meter van de weg bevindt zich een guesthouse. Ik ploeter over het geitenpad naar het huis, op zoek naar wat schaduw en een verfrissend drankje. Helaas, de eigenaar weet niets van coke stops en is een beetje geïrriteerd dat er nu al de zoveelste fietser om een drankje komt vragen. Ze heeft zelfs een plakkaat ‘No coke stop’ opgehangen bij het hek. Dat heb ik compleet gemist. Ik draai mijn fiets om en vervolg mijn weg.

Tegen een uur of 4, na negen-en-half uur gezweet en gezwoegd te hebben bereik ik het kamp. Meer dan 10 liter water heb ik verbruikt gedurende mijn rit. Mijn shirt is wit uitgeslagen van al het zweet.

Een koninginnedag, die anders was dan anders. In TdA termen: challenging but rewarding. Het was uitdagend, maar het feit dat je ook deze dag weer volbracht hebt voelt goed. De mentale beloning voor een mooie dag.

En terwijl de zon met een oranje ondergang het eind van koninginnedag en het begin van de avond aankondigt, druppelen de laatste rijders binnen. Maar we hebben het weer gehaald, tijd om de tent op te zetten. Tijd om te eten en tijd om klaar te maken voor de volgende dag. Honderdzesenvijftig kilometer.

Moraal van het verhaal:

De TdA is meer een mentale uitdaging dan een fysieke!

Trefwoorden: , ,

Printen Printen

Reacties:

  Inge | 05 mei 2013, 20:26

Challenging but rewarding… Waar heb ik dat eerder gehoord? Dat ging toch over de sectie Meltdown Madness…;)


  Natasja | 06 mei 2013, 10:31

Petje af


  Minus | 06 mei 2013, 16:38

Top..respect!!!


  sylvie | 07 mei 2013, 06:30

Respect hoor!


  anke | 10 mei 2013, 19:37

Thijs geweldig wat je gepresteerd hebt.!!!!!!
en nu morgen de intocht!
Fijn dat je vader en moeder erbij kunnen zijn.
lieve groet Anke


Reageer: